Sportvrijwilligers maken sterke buurten

Sport is veel meer dan spel alleen. Het is een effectief en efficiënt middel om individuen en gemeenschappen sterker te maken. Het is een middel tegen overgewicht, stijgende zorgkosten en ongezond leven. En voor verbroedering, tolerantie en inspiratie. Een sterke sportinfrastructuur is cruciaal om het vrijwilligerswerk in de sport op peil te houden en de sportdeelname op niveau te houden en te vergroten. Zo’n infrastructuur is nodig, ondanks dat de sport met ruim één miljoen vrijwilligers de grootste vrijwilligerssector in Nederland is. Werving en behoud van vrijwilligers is één van de grootste uitdagingen voor verenigingen. 20% van de verenigingen lukt het structureel niet om voldoende kader te vinden. 46% van de verenigingen heeft vacatures voor vrijwilligers. Hierbij gaat het met name om bestuursfuncties, trainers en coaches, organisatie van evenementen en activiteiten, kantinediensten, arbitrage en de organisatie van wedstrijden en toernooien. Gemiddeld zijn er 48 vrijwilligers en 2,3 betaalde medewerkers in een vereniging actief.
Sport

Vrijwilligers maken rolmodel mogelijk

Lokale vrijwilligers staan aan de basis van de topsport en topsport werkt weer participatie in de hand. Goed voorbeeld doet goed volgen. Nederland kent zo’n 25.000 sportaanbieders met bijna 5 miljoen verenigingssporters. Topsporters komen voort uit deze bijzondere verenigingscultuur. En achter iedere Nederlandse topsporter staan de vrijwilligers die dat mogelijk maken. Topsporters worden steeds vaker een belangrijk rolmodel ten aanzien van leefstijl. Topsport is daarnaast een kraamkamer voor innovaties en kennisontwikkeling. Topsportevenementen als le Grand Depart, de marathon van Rotterdam en de wereldkampioenschappen wielrennen en hockey hebben internationale uitstraling. Deze, maar ook kleinere evenementen zijn alleen mogelijk met de inzet van vrijwilligers. Side-events met sociale en maatschappelijke spin-off zorgen ervoor dat evenementen sociale samenhang binnen de stad of gemeenten versterken.

Sportvrijwilligers versterken buurtallianties

De database van het NOC*NSF, met bijna 5 miljoen leden van sportclubs, laat zien dat op buurtniveau de sportdeelname flink uiteen kan lopen. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van verschillen in sociaaleconomische status, de leeftijdsopbouw en de dominante leefstijl in een buurt. Vrijwilligers spelen een cruciale rol in de totstandkoming van lokaal sportaanbod. Hogere sportdeelname leidt tot meer sociale verbindingen, sport is daarom onmisbaar in buurtallianties. Buurtallianties dragen op hun beurt weer aantoonbaar bij aan het realiseren van breed gewenste doelstellingen op tal van beleidsterreinen, waaronder veiligheid, gezondheid, onderwijs, cultuur, ruimtelijke ordening en sociale cohesie. Sportvrijwilligers verdienen op meerdere manier ondersteuning, zeker in achterstandswijken.

Buurtsportcoaches rechterhand vrijwilligers

Opeenvolgende kabinetten hebben financiële ruimte gemaakt voor de buurtsportcoaches. Deze buurtsportcoaches spelen een cruciale rol bij het bevorderen van effectieve buurtallianties met sport als uitgangspunt. Op vele plekken vervullen zij met glans de aan de gemeenten toegedachte regisseursrol en zijn ‘handen op het veld’. Ze kennen de buurten en dorpen, weten wat er speelt en staan dikwijls aan de wieg van verrassende oplossingen. Zij staan met raad en daad vrijwilligers terzijde. De buurtsportcoaches worden voor de helft door het rijk gefinancierd en voor de andere helft door de gemeenten. Van rijkswege is er budget voor 2900 fte, waarvan nu circa 1800 fte is ingevuld. Het is essentieel dat de gemeenten hierbij woord blijven houden, ook als het financiële tij tegenzit. 

Versterk de basissportinfrastructuur

Elke sportvereniging is maatschappelijk waardevol en verdient steun. Het accommodatiebeleid en sportondersteuning vormen de basis voor gemeentelijk sportbeleid. De georganiseerde sport is zich bewust van de economische crisis, de daarmee gepaard gaande landelijke en lokale bezuinigingen en de impact van decentralisaties (o.a. jeugdzorg) op het lokale bestuur. Veel sportvoorzieningen staan daardoor onder druk. Een sterke sportinfrastructuur is noodzakelijk om bijeffecten van sport op het gebied van gezondheid, veiligheid, economie en sociale cohesie te realiseren. Immers, deze effecten treden alleen op als ook veel mensen sporten. De sportbasisinfrastructuur zorgt ervoor dat verenigingen beter met vrijwilligers kunnen werken. Qua deskundigheidsbevordering en kennis over vrijwilligersbeleid is het verstandig om samenwerking met vrijwilligerscentrales te stimuleren.  

Kies voor een integrale aanpak

Het is nodig dat we leren om samen, met sport als belangrijke partner, plannen te maken waarbij beleidsvelden niet langer apart worden beschouwd, maar juist in hun onderlinge samenhang worden bediend. De gemeente vervult hierbij een cruciale rol. Zij zal in de meeste gevallen de regie moeten nemen om heel verschillende mensen – de voorzitters van de sportverenigingen, vrijwilligers van andere vrijwilligersorganisaties, de fitnessondernemer, de directeur van de basisschool, de huisarts, het UWV en de medewerkers van de woningbouwvereniging – te verleiden om met elkaar samen te gaan werken. Essentieel is dat de plannen gezamenlijk worden ontwikkeld. Ondersteun de vrijwilligers om hun rol hierin te kunnen pakken.

Open Club, plek voor brede samenwerking

Ongeveer een derde van de sportverenigingen is in staat en bereid om maatschappelijk een grotere rol te spelen.

 

In de ‘Open Club’ komen de uitgangspunten van het integrale beleid en de inzet van de buurtsportcoaches samen. Er bestaat geen vast model voor de Open Club; elke Open Club ziet er anders uit. Toch kan een aantal gemeenschappelijke kenmerken worden onderscheiden:

  • fysieke omgeving waar meerdere activiteiten samenkomen, bijvoorbeeld een sportaccommodatie, een bibliotheek of een buurthuis.
  • flexibele gezins- en dag-arrangementen bestaande uit: sport, huiswerkbegeleiding, kunsteducatie, muzieklessen, werkplekken, bedrijfssport, BSO en kinderopvang etc. (‘cafetariamodel’)
  • participatie- en vitaliseringsprogramma’s bestaande uit: bewegen, dagbesteding, kunst en cultuur, computerlessen, voeding en diëtetiek, etc. Doelgroepen zijn ouderen, werkzoekenden, chronisch zieken, gehandicapten en mensen uit de opvang.